Voor alles is een eerste keer…

Donderdagochtend om kwart over zeven sta ik bij de Club te wachten op de bus die het zwemteam naar Alexandrië brengt voor het competitieweekend. Een rit van zo’n 2,5 uur vanaf Cairo. Ik ga eindelijk de Triple A-status behalen: na Aswan en Abu Simbel is dit mijn eerste keer Alexandrië.

In Alex checken we – in de stromende regen! – in bij het hotel dat de Club voor ons geboekt heeft. Al zeker vijf mensen hebben me verteld dat het hotel echt vreselijk is, dus ik ben voorbereid. En oké, het is niet het beste hotel ooit, maar het kan erger. Het bed is schoon, één van de drie lampen doet het en er zit een slot op de deur. Vanaf het balkon kan je met enige moeite zelfs de Middellandse zee zien. A room with a view!

V.l.n.r.: de view vanaf het balkon, een van de lampen die het dus duidelijk niet doet, de koelkastdeur op de kamer

Die middag behaal ik mijn eerste medailles. Vrijdag zwem ik er nog een paar bij en dus ontkom ik niet aan een typisch Egyptische gewoonte: jezelf (laten) fotograferen met al je medailles om. In je eentje, met een teamgenoot, met twee teamgenoten, met de hele groep: er worden eindeloos veel foto’s gemaakt. Mijn teamgenoten ontdekken al snel dat Piebe – die donderdagavond met de trein vanuit Cairo naar Alex gekomen is om mij aan te moedigen – een gewillig slachtoffer is om foto’s van hen te maken. Binnen no time heeft hij een heel arsenaal aan mobiele telefoons voor zich liggen waarmee hij iedereen op de foto moet zetten. De dame die scherpzinnig opmerkt dat één foto genoeg zou zijn voor op de groepsapp wordt straal genegeerd. Iedereen vindt het hele fotogebeuren veel te leuk en er wordt hard gelachen om Piebe’s lichtelijk stijgende stressniveau om allen met alle telefoons leuk op de foto te krijgen. Hij ontkomt er zelf ook niet aan: meerdere mensen willen graag met ons samen op de foto. Dat vinden wij dan weer hilarisch.

V.l.n.r.: je medailles moet je zelf uitzoeken, geheel volgens Egyptische traditie…, het complete team

Het team reist vrijdagavond met de bus terug naar Cairo, maar Piebe en ik slaan een slaatje uit dit uitje en blijven nog een dagje om wat van Alex te zien. Je bent maar één keer voor het eerst in Alex, nietwaar? Ons hotel wordt in de reisgids aangeprijsd als ‘verlopen grandeur’ en daar is geen woord aan gelogen. Een prachtig oud pand met overdadig ingerichte entree, hal en kamers. Bladgoud, marmeren vloeren, zo’n prachtige gietijzeren lift. Natuurlijk blijft het wel Egypte, dus er zit een scheur in het lampenkapje op het nachtkastje, de vloerbedekking op de hal draagt duidelijke sporen van waterschade en de traptapijten liggen net niet recht. Toch zie je de prinsen en prinsessen in gedachten voorbij schrijden, in hun galakostuums, op weg naar de eetzaal.

V.l.n.r.: de hotelkamer, uitzicht over de boulevard, het station van Alexandrië

Zaterdagochtend lopen we over de boulevard richting de Biblioteca Alexandrina, de beroemde bibliotheek van Alexandrië. Het had een idyllische wandeling kunnen zijn, ware het niet dat er direct naast de boulevard een dubbele driebaansweg aangelegd is (lees: 5 auto’s naast elkaar op elke weghelft) waar het verkeer al toeterend overheen raast. En we zijn in de wijde omtrek de enige buitenlandse toeristen waardoor we nogal wat aandacht trekken. Het is zeker niet voor het eerst dat ik nageroepen en -gestaard word, wel dat dit door erg volhardende jonge jongens gebeurt die ons blijven achtervolgen terwijl ze erg onbetamelijke dingen roepen en zelfs proberen me aan te raken.

Als we ze eindelijk afgeschud hebben, staat er bij de bibliotheek – wel een imposant gebouw, maar niet zo oud als ik mij voorgesteld had – een enorme rij bij de ingang. Twijfelend over wat we zullen doen lopen we langs de rij en worden direct gespot: ‘Tourists!’. Iedereen staart ons aan. We besluiten een andere keer terug te komen. Met een Egyptische gids.

In Alex zie je de charme van een glorieus verleden, maar door wat er nog van over is en de manier waarop we bejegend worden, zijn we toch wat teleurgesteld in deze stad die ooit door Alexander de Grote gesticht is. Gelukkig hebben we de treinreis terug naar Cairo nog!

Met de trein is op zich niet echt iets mis. Hij vertrekt slechts 3 minuten te laat, je kunt een kop (oplos)koffie kopen en er is maar 1 tussenstop. Wel klapperen je tanden er bijna uit van het gehobbel en de tussendeur klapt elke paar seconden open en dicht… Onderweg is het landschap op veel plekken verrassend groen: hier in de Nijldelta bevinden zich de landbouwgebieden van Egypte. Verder is het veel zand en dorpjes waaraan je kunt zien dat de mensen het er niet breed hebben. En nu de Egyptische pond ongeveer de helft minder waard geworden is, ziet het er helaas niet naar uit dat zij het snel beter zullen krijgen.

V.l.n.r.: de trein, zicht onderweg

Al met al was het een gedenkwaardig eerste weekend in Alexandrië. Het moment dat ik zeker niet zal vergeten, is als een oudere dame van het zwemteam mij een vraag stelt over Piebe en mij: “Are you family?”. Ik kijk haar ietwat verdwaasd aan: “Eh, he is my husband.” Dat weet ze toch allang? “No, no,” zegt ze, “Are you cousins or something?” Ik kom van verbazing even niet uit mijn woorden, dus ze vervolgt gelijk: “You see, you really look like each other.”

Die had ik even niet aan zien komen!

Advertenties

Een gedachte over “Voor alles is een eerste keer…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s