TCPP interview: De Kunstenaar

De eerste expatpartner die ik voor The Cairo Partner Project interview is De Kunstenaar – hij blijft hier liever anoniem. Een boomlange Nederlandse kerel, hij torent zeker een kop boven mij uit. Ik ken hem al vanaf het begin van mijn tijd hier – we drinken geregeld koffie (of thee in zijn geval) samen of ondernemen wat met onze wederhelften erbij.

We hebben bij De Kunstenaar thuis afgesproken. Achterovergeleund op zijn gele bank – al die jaren trouw meeverhuisd – steekt hij van wal. “Als twintiger trok ik de deur van mijn huis in Nederland achter me dicht om samen met mijn vrouw een paar jaar het avontuur tegemoet te gaan in het Midden-Oosten. Maar zoals dat gaat in het leven: van het een kwam het ander. Ik belandde uiteindelijk in zeven landen: Albanië, Georgië, Jemen, Pakistan, Zuid-Afrika, Zuid-Sudan en nu dus Egypte. We staan nu op het punt om weer terug te keren naar Nederland. Dat zal wel even wennen zijn na twintig jaar.”

Hij neemt een slok van zijn zelfgemaakte verse gemberthee en denkt even na – waar heeft hij het langst gewoond? “In Georgië, een prachtig land qua natuur en ook de mensen waren vrolijk. Dat was een verademing na landen als Pakistan en Zuid-Sudan. Maar in ons laatste jaar daar trad een nieuwe president aan en ging het langzaam minder goed.” Een ontwikkeling die hij in bijna alle landen waar hij woonde meemaakte. “Zien dat het steeds een beetje minder goed gaat met een land maakt het als expat zwaarder om er te leven. Het is een stuk leuker om in een land te wonen waar het goed gaat.”

Een land waar dat zeker ook voor gold, was Zuid-Sudan, waar ze het kortst gestationeerd waren en zelfs niet aaneengesloten konden verblijven door het moeilijke leefklimaat. “In Zuid-Sudan hadden we een ‘zes weken Zuid-Sudan-twee weken Nederland’ constructie. Dat lijkt ideaal, maar het sterke contrast tussen beide landen en de voelbare spanning en onzekere situatie in Sudan maakte deze tijd juist extra zwaar. We hadden in die tijd standaard een tas bij de deur staan voor als we halsoverkop zouden moeten vertrekken. Er was zelfs een veiligheidsbeambte die kwam controleren of je de spullen van de paklijst die we kregen wel écht in je tas had zitten.”

In geen van de landen waar de Kunstenaar gewoond heeft, kon hij officieel werken. Maar er was altijd wel iets te doen: “In Jemen deed ik maandenlang uitzoekwerk in het ambassadearchief. Je moet je voorstellen dat je een ruimte hebt zo groot als deze kamer,” de Kunstenaar gebaart naar de kamer van grofweg vier bij tien meter, “waarin allemaal van die draaikasten staan met vuistdikke ordners. Die moesten stuk voor stuk doorgenomen worden: wat moet blijven, wat moet vernietigd worden? Ik was eindeloos papier aan het snipperen.”

Ook was hij medeorganisator van de Landbouwdagen waar allerlei bedrijven aan deelnamen, ook Nederlandse. “De Landbouwdagen waren zo groot dat er beelden van uitgezonden werden in het gehele Midden-Oosten. Voor mij was vooral interessant om via de deelnemende bedrijven meer te horen over de ins en outs van het land.”

In Pakistan leidde hij politie- en mijnenhonden op voor Afghanistan – en werd hij twee keer geëvacueerd in verband met veiligheidsproblemen in het land. “‘Partners van’ werden in principe geëvacueerd, maar ik wilde mijn vrouw niet alleen achterlaten. Dat was sowieso onze regel: als zij ergens naar toe ging, dan moest ik mee kunnen. Anders ging ze niet.” Hij kucht, de luchtvervuiling in Cairo heeft inmiddels zoveel impact op zijn gezondheid dat hij steeds meer moeite heeft met een lang gesprek. “In Albanië reed ik mensen rond voor een grote ontwikkelingsorganisatie en in Zuid-Sudan regelde ik de technische zaken op de compound waar alle diplomaten bij elkaar woonden. Er was heel vaak geen water of elektriciteit, de generator moest het dag en nacht doen.”

In Zuid-Afrika viel hij op de ambassade in op de telefooncentrale. “Ik kreeg het daar aan de stok met de vrouw van de ambassadeur. Ik verbond haar door, maar had haar even later weer aan de lijn: of ik haar nu wel echt door wilde verbinden. Dat ging een paar keer zo door en elke keer werd ze een beetje bozer, ze dacht dat ik expres de verbinding verbrak. Uiteindelijk bleek dat maar een van mijn twee telefoons door kon schakelen. Niemand had eraan gedacht dat even te melden.” De Kunstenaar kan er na al die jaren nog smakelijk om lachen. Net als om de vraag wat hij heel de dag doet als expatpartner.

“Dat is me ontzettend vaak gevraagd. Eerst probeerde ik het nog precies uit te leggen, maar op een gegeven moment zei ik alleen nog maar: ‘Niets’. De verontwaardiging die daarop volgt… Maar het leven is in veel landen gewoon niet te vergelijken met dat in Nederland en bijna niet uit te leggen als je het zelf niet mee gemaakt hebt. Mijn zus vroeg het zich ook af toen ze op bezoek kwam in Jemen. Dus ik besloot het haar te laten zien. We gingen samen naar de markt om boodschappen te doen. Bij de kippenboer zei ik tegen haar: ‘Kies maar een kip uit voor het avondeten.’. Ze reageerde verbaasd: ‘Maar ik zie alleen maar levende kippen.’ Het duurde even tot het tot haar doordrong wat ik bedoelde. Ik heb haar verder zelf met handen en voeten, zoals ik dat zelf ook deed, laten regelen dat we een kip meekregen. Daarna begreep ze wel precies waar ik heel de dag mee bezig ben: met zorgen dat er iets van eten op tafel komt.”

Zoveel jaar buitenland kan je eigenlijk niet vatten in één interview, maar wat heeft nu het meeste indruk op De Kunstenaar gemaakt? “Misschien niet het meest voor de hand liggend, maar dat zijn vooral de ontmoetingen met interessante mensen geweest. Met presidenten, diplomaten en politici, maar ook juist met gewone mensen op de straat. Bijvoorbeeld in Jemen, daar was een lokale lerares Engels, helemaal gesluierd – alleen haar ogen waren zichtbaar. Ze vond het leuk om een praatje te maken, maar vrouwen praatten daar eigenlijk volgens het fatsoen niet met buitenlandse mannen. Dus zaten we op een boomstronk met onze ruggen naar elkaar toe. Te praten tegen het luchtledige. Meestal was er ook nog iemand van haar familie bij om toezicht te houden. Als we uitgepraat waren, sprak ik zo weer maanden geen Jemenitische vrouw.”

Zal hij het expatleven gaan missen? “Ja, zeker wel. Het is een avontuurlijk leven, je woont op bijzondere plekken, maakt dingen mee die je in Nederland niet mee zou maken. We hadden ook eigenlijk helemaal niet de bedoeling om nu al terug te gaan naar Nederland. Maar door de luchtvervuiling in Cairo kan ik bijna de deur niet uit, dus we moeten terug. En nu we deze beslissing genomen hebben, is het ook goed.”

De schilderijen bij dit interview zijn beschikbaar gesteld door De Kunstenaar

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s