’s Lands wijs, ’s lands eer

“Ik ben in het gebouw, maar op welke verdieping is het kantoor ook alweer? De zesde toch?” Het is dinsdagochtend, even na negenen en ik bel de Vertaalster, de enige persoon van wie ik een nummer heb. “O nee! Ben je er al?” Ze put zich uit in excuses, omdat zij er nog niet is. Ze had me nog willen bellen, maar was het vergeten.

De eerste keer dat ik hier kwam, twee weken eerder, gebeurde dat ook al. Ze was hoogst verbaasd toen ik keurig op tijd in de hal van het juiste gebouw -een afgeleefd pand in een achterafstraatje in een volkswijk – op haar zat te wachten . “Hoe heb je het gevonden?” Eh, nou, gewoon rond gevraagd in de straat.

Grootste uitdaging was dat de bawaab van het gebouw nog nooit gehoord had van de organisatie waar ik naar op zoek was. Wat als dit niet het juiste gebouw was en ik helemaal verkeerd zou blijken te zitten? Terwijl ik voor de bawaab nog de Egyptische naam van de organisatie sta op te zoeken, belt de Vertaalster mij  (“Hoe is het? O, je bent er al? Nu al? Ik had je al eerder willen bellen, maar was het vergeten.”) en binnen vijf minuten ontmoet ik haar voor het eerst in het echt. Direct krijg ik een stevige omhelzing, twee zoenen en een subtiele vermaning: ik had gewoon moeten vragen naar ‘het kantoor’ – dan was alles goed gekomen.

Op mijn eerste ‘echte’ dag als vrijwilliger heb ik het deze dinsdag tot de zesde verdieping geschopt. Daar slaat de twijfel toe: het is een schemerdonkere, uitgeleefde gang en de enige deur die me nog vaag doet denken aan die van de vorige keer lijkt bij nadere inspectie precies op een gewone appartementsvoordeur. Het is de juiste deur blijkt als de Vertaalster een klein kwartiertje later arriveert, met de collega die altijd de deur opent in haar kielzog. ‘Tussen negen en half tien beginnen’ blijkt hier wat rekbaarder dan in Nederland. Half tien aanwezig is vroeg genoeg.

Na een korte rondleiding door het kantoor – achtereenvolgens: een grote, lege ruimte zonder duidelijke bestemming, een aftandse keuken, een oude badkamer en de kamer van de baas (die ik pas op mijn tweede dag ontdek) krijg ik een bureau toegewezen in de kantoorruimte: een kamer van grof geschat 12m2 waar vijf bureau’s staan. Het is me niet helemaal duidelijk waarom de kleinste ruimte in het appartement het kantoor geworden is…

De hele dag blijkt een echt Egyptische ervaring. Er is een laptop beschikbaar voor me, maar het duurt lang om die aan de praat te krijgen. De collega die weet wat voor inwerkwerkzaamheden ik vandaag kan doen, komt pas anderhalf uur later binnen. Het internet doet het meer niet dan wel (daardoor heb ik nu wel dat vette Dino-ren-spelletje van Google ontdekt dat je kunt spelen als het internet eruit ligt). Als de voordeur dicht slaat, trillen de ramen in het hele appartement in de sponningen. En het is me totaal onduidelijk waar de anderen heel de dag mee bezig zijn. Zeker de helft van de tijd wordt er druk geappt, gebeld (lang niet allemaal werkgerelateerd) en gefacebookt. Het is even wennen, dit tempo.

Ikzelf breng de dag vooral door met inlezen in de materie en kennismaken met de vier dames die in dit kantoor werken. Ze zijn ontzettend aardig en schakelen geduldig over op het Engels als ik er in het Arabisch even niet uitkom. Wat ik hier ga doen? Dat is me – ook na inmiddels drie dagen meedraaien – nog niet helemaal duidelijk. In ieder geval proberen te achterhalen wat de anderen precies doen. Sowieso is het leuk om het ‘echte’ Egyptische kantoorleven mee te maken. Ik ga me wel vermaken hier!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s